Escher tovenaar in de ruimte
Door Jan Meulemeesters
Escher was een tovenaar met ruimte. Zo kenschetste kunsthistoricus dr. Ger Jacobs Maurits Cornelis Escher (1898-1972) in een lezing voor de kunstclub van Senioren Boekel in Boszicht met 48 toehoorders.
Escher was de zoon van een rijke ingenieur in Leeuwarden. Het stamhuis is nu het Leeuwarder Museum. Na enkele mislukte studies studeerde hij af als graficus. Hij sneed het spiegelbeeld van een prent in linoleum en later in (hard) hout. Zijn eerste pogingen met een poes en een vriend als model verrieden al zijn talent. Hij vertrok naar Italië om daar inspiratie op te doen. Landschappen en rotswanden met daarbovenop een vesting of stad hadden zijn belangstelling. Hij leerde er een Russische erfgename kennen, die (gelukkig) voldeed aan de eis van zijn vader: een vrouw moet de helft van de leeftijd van de man, plus tien zijn. Toen Mussolini op het toneel verscheen, keerde Maurits via Zwitserland en België terug naar Nederland, naar Baarn. Daar leefde hij als een kluizenaar in zijn werkkamer: niet de buitenwereld maar zijn innerlijk, zijn gedachten over oneindigheid en perspectief, werd zijn inspiratie. Vogels en vissen tuimelden over elkaar heen, trappen wentelen schijnbaar in het luchtledige. Volgens Jacobs was zijn obsessie met ordening een reactie op de chaos, die Mussolini en Hitler hadden veroorzaakt. Jacobs kreeg er een dankbaar applaus voor. Dat was er ook voor Adrienne van Wietingen, die twee kunstwerken in de geest van Escher ten toon stelde.

De hand van Escher met weerschijn van zijn werkkamer in de bol.

Een kunstwerk van Adrienne van Wietingen, naar het voorbeeld van Escher,